Koffie
Mijn relatie met het bakje zwart ochtendgeluk begon ergens rond mijn twintigste en werd sneller serieus, en veel stabieler, dan sommige andere liefdes.
Overdag is elke koffie een rustpuntje in mijn dag. Even tijd voor mezelf. En voor het bittere zwarte goud.
Toen ik zwanger was kon ik geen koffie verdragen. Of toch de eerste paar maanden niet. Mijn maag keerde als ik nog maar één klein slokje durfde drinken en ik hing in geen tijd boven de toiletpot de ziel uit mijn lijf te kotsen. Bij de eerste zwangerschap heb ik het na een maand of vier nog eens geprobeerd: gewoon genieten van een koffie. Maar daarvan werd die kleine in mijn buik zo hyperkinetisch dat ik besloot het bij die ene poging te laten. Zwarte thee had hetzelfde effect dus zelfs daar kon ik mijn leed niet mee verzachten. Me-time met een bakje troost, het werd me drie keer negen maanden niet gegund.
Toen ik bevallen was van die eerste kreeg ik, zoals zo veel jonge mama’s, een hoop horrorverhalen te horen over wat er allemaal fout kan lopen met kleine kinderen, en één er van ging over koffie. Een kind dat iemand via via kende zat op schoot bij een familielid en had met kleine grijpgrage babyhandjes diens hete pot koffie over zichzelf getrokken. Het was meteen beslist: niemand zou mijn baby, peuter of kleuter op schoot houden en tegelijkertijd koffie drinken. Mezelf incluis.
Mijn kinderen leerden, als peuters, al snel dat ze pas op schoot mochten als de koffietas leeg was. Ik herinner me nog het beeld van de oudste die snel even kwam kijken hoeveel koffie er nog in de tas zat, en vervolgens weg rende, verder gaan spelen, want de tas was nog halfvol en zo lang ging ze toch niet staan wachten.
En zo leerde ik al gauw dat, als ik écht heel even rust nodig had, en 5 minuutjes op een stoel wou gaan zitten in plaats van non-stop achter drie kleine monsters aan te hollen, een kop koffie wonderen kon doen.
Zo werd koffie niet alleen een lekker warm maar bitter drankje, ik leerde er ook een bittere waarheid door: rust moet je stelen als je kinderen hebt.
En dat verandert niet als ze groter worden, en jij ouder. Wat wel verandert is je nood aan rust.
Dus vandaag, op zondag, neem ik in de namiddag even een nappuccino. Een koffie en daarna een dutje. Met misschien zelfs een klein beetje slagroom, omdat een mens zichzelf ook wel eens iets extra mag gunnen.
